Willemien Lenders

Mijn belangstelling voor Afrika is eigenlijk al ontstaan op de basisschool, toen een missiezuster dia’s liet zien van haar verblijf in de tropen. Die maakten indruk. De belangstelling is blijven bestaan en heeft een rol gespeeld bij mijn keuze voor de studie sociale geografie van de ontwikkelingslanden. Als logisch gevolg ben ik gaan werken binnen de sector ontwikkelingssamenwerking. Zo kwam ik ook in Burkina Faso terecht: in het kader van de bilaterale samenwerking tussen Nederland en Burkina Faso, samen met mijn man en kinderen. Nederland ondersteunde toen in Burkina een viertal geïntegreerde plattelandsontwikkelingsprogramma’s. Vier jaar (1992-1996) hebben we in Koudougou gewoond, hoofdplaats van de regio “Centre-Ouest”.

Burkina Faso is een bijzonder land om in te wonen. Niet zozeer vanwege de natuur, maar vooral vanwege de mensen. Ons werk richtte zich op plattelandsontwikkeling: activiteiten gericht op duurzame landbouw, tuinbouw, veeteelt, alfabetisering, drinkwater, etc. Voor mijn werk was ik regelmatig in het veld. Ik was onder de indruk van het enthousiasme van mensen, hoe hard ze werken in zware omstandigheden en voor weinig opbrengst. En hoe gastvrij Burkinbè zijn: ze willen je altijd iets geven. Als het kan bereiden ze een maaltijd. Is daar geen tijd voor dan geven ze een levende kip mee of groente uit hun tuin.

Terug in Nederland zijn we in Cadier en Keer gaan wonen, vlakbij Maastricht, en kwam ik in aanraking met het Comité Maastricht-Niou. In 2003 ben ik lid geworden. Wat me vooral aantrok aan het comité is dat het zich richt op één bepaalde sector: bos- en tuinbouw. Het is dan duidelijk waar je voor staat.
Het werken met een lokale tussenpersoon die projecten kan identificeren en begeleiden vind ik positief. Zeker als die persoon, Pierre Kaboré, iemand is die veel aanzien heeft in de lokale gemeenschap. Ook het feit dat het Comité geworteld is in de Maastrichtse gemeenschap, met name door de samenwerking met de Aloysiusschool, is belangrijk.

Het blijkt voor zowel de Maastrichtse kant als de Burkinese kant heel stimulerend als je zo direct bij elkaar betrokken bent en op korte termijn resultaten ziet van je inspanningen.
Ik hoop dan ook dat de vruchtbare samenwerking tussen Maastricht en Burkina Faso nog verder uitgebouwd zal worden en nog lang kan voortbestaan. Daar wil ik graag een bijdrage aan leveren.