Madeleine Inckel

In november 1999 tipte een vriendin mij op een manifestatie over ontwikkelingshulp in het AZM, waarbij ook een Maastrichtse groep acte de présence zou geven over haar werkzaamheden in Burkina Faso. Met name dat laatste trok mijn aandacht. Ik heb namelijk een periode van 6 jaar in het buitenland gewerkt voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken, waarvan ik vier jaren in het West-Afrikaanse Guinee-Bissau en Burkina Faso heb doorgebracht. Burkina Faso was mijn eerste missie en heeft daarom waarschijnlijk ook een onuitwisbare indruk bij me achter gelaten. De vriendelijkheid van de mensen, het onderlinge respect, het eeuwige afdingen met de daarbij onderlinge grapjes. Want lol kunnen ze trappen en daarbij in aanstekelijke lachsalvo’s uitbarsten! Mijn werk was het assisteren bij – en later het controleren van – het plaatsen van grondwaterputten voor de drinkwatervoorziening in de (afgelegen) dorpen. Vaak liepen alle mensen uit het dorp: oud en jong, man en vrouw uit om te kijken naar de booractiviteiten. De blijheid van de mensen als er water uit de putten kwam is onbeschrijflijk.
Maar goed, sinds medio 1998 weer terug in Nederland en inmiddels al een eerste lustrum gelukkig getrouwd met een zwarte schone …. een burkinabé. En sindsdien begon het toch te kriebelen dat ik helemaal niets meer met het ‘buitenlandse’ werk te maken had. Qua werk een bewuste keus overigens, omdat ik – om niet te veel achter te raken – me weer volledig wilde inwerken in het Nederlandse water-gebeuren. Maar privé ligt mijn hart bij de west-afrikaanse manier van (over)leven, waaraan ik graag mijn steentje wil bijdragen. Om voor enkelen van hen de leefomgeving iets te veraangenamen door middel van een verbetering van water- en groenvoorziening, erosiebestrijding en herbebossing staat hoog in mijn vaandel. Dus was ik aangenaam verrast toen ik daar in het AZM geconfronteerd werd met een groep enthousiaste mensen met dezelfde ideëen en … sindsdien ben ik ‘parmi eux’!